Struinen in een sprookjestuin

Jolanda de Kruyf 21 mei 2011, De Stentor

Eigenlijk moet nodig het gras een keer gemaaid worden. Maar dan sneuvelt een veld vol tere madeliefjes en dat kan Henk Gelmers weer niet over z’n hart verkrijgen. “Ik wacht wel tot ze uitgebloeid zijn.” Vreemde snuiter, de hovenier. Een met oog voor detail en een groot hart voor al wat groeit en bloeit. En een dierenvriend. Ook zoemers en kruipers zijn welkom: de wespen, de kevers, de rode mieren, kikkers, padden, salamanders en kelderbeesten.

Toen hij hier jaren terug, samen met z’n partner Gert Jan van de Kolk neerstreek, was het land nog vlak en leeg. Alleen gras en prikkeldraad. Het was precies wat ze zochten: een uitdaging. Henk verpakte ziel en zaligheid in 10.000 vierkante meter vruchtbare grond. Resultaat: een unieke oase aan het Koloniepad in De Pol, even onder de rook van Steenwijk.

 Al die jaren werkte hij er onafgebroken aan z’n jongensdroom: ‘Fantasietuin De Kronkel’. Groen met ‘n knipoog. Hier is het onbekommerd dagdromen. Struiners zijn het hele seizoen welkom. Ze dwalen langs weelderige bloemenpracht, bonte kleuren, ruisend struikgewas, sierbomen in een schilderachtig decor van slingerpaadjes, hofjes, zitjes en doorkijkjes, heuvels van zwerfkeien en natuurlijke vijverpartijen.

Een tuin vol grapjes ook. “Absurdistisch, daar houd ik van”, vertelt de hovenier. Gekkigheid die bezoekers even doet glimlachen. “Land-art noemen ze het. Maar zelf heb ik geen verstand van kunst hoor.”

Of de tuin na vijftien jaar eindelijk klaar is? Henk schudt van nee. “Ik ben wel aan de finishing-touch toe.” Gelukkig maar. En verder dwaalt hij weer, de blik op prettig verbaasd als was hij Alice zelf in z’n eigenhandig gecreëerde wonderland.

De Kronkel van Henk. Wat een wereld. Stillevens van stronken, een pad van putdeksels, oude gebinten waar de koeien aan geknabbeld hebben. Symmetrisch gestapelde dakpannen en gebroken terrastegels die nu dienst doen als ludieke muurtjes en grensposten. Slimme dammen van bakstenen. Het skelet van stammetjes, een boom vol fluitketels. Stobben als heksenkring en ‘n statafel voor kabouters die van klauteren weten.

De dwaaltuin van Henk Gelmers is een verademing in de zoom van de A32 waar het snelverkeer voorbij raast. “Er komt nog een dubbele laag zoab”, zo heeft de gemeente beloofd, “dat scheelt de helft aan herrie.”

De natuur mag haar gang gaan, binnen bepaalde perken. “Er moet harmonie zijn”, zegt de meester, “het mag geen rommeltje worden.” Maar Henk kijkt niet op wat dood loof of een perkje onkruid (‘och, ik noem het liever ongewenste plantengroei’). Liever steekt hij z’n energie in creatief vormsnoeien, het bouwen aan hoogteverschillen die de fantasietuin spannend maken.

Alles z’n eigen plek en ritme. Trossen rododendrons, kronkelhazelaar op stam, koningsvarens, dikke papavers, woekerend bamboe, riet, lis en waterlelie. Soortnamen zeggen eigenlijk Henk niet veel. “Ik werk puur op gevoel, met wat ik mooi vind.”

Bezoekers van de fantasietuin vragen hem tijdens een bezoekje wel eens: “Hoeveel tuinmannen heeft u wel niet in dienst?” Henk lacht. “Eentje maar. En dat ben ik zelf.”

Geef een reactie


*